witte-kerkje01.jpg

Levensopdracht

Het is opvallend hoe je soms als dominee over de dingen die het meest vanzelfsprekend lijken, vragen krijgt, die je aan het denken zetten. Een vraag over wat ik in onze diensten bijna altijd aan het slot zeg, de woorden vlak voor de zegen:

Gaan we dan van hier,
ieder naar ons eigen huis
en onze eigen unieke levensopdracht,
in het besef van onze verantwoordelijkheid
voor de wereld en haar noden.

Wat is onze levensopdracht?
Een mooie vraag in deze Veertigdagentijd. Deze tijd van inkeer en bezinning, van vragen over ons leven: het waarom en waartoe. Levensvragen.

Wanneer je als theoloog met zo’n vraag aan het werk wilt, ga je natuurlijk op zoek. Aangezien ik wel dacht dat het woord ‘levensopdracht’ niet te vinden zou zijn in de Bijbel, heb ik eerst maar eens het internet afgezocht naar dit woord. Het is opvallend hoe vaak deze term wordt gebruikt. Ik noem een paar trefwoorden uit de eerste 25 hits van de onovertroffen zoekmachine Google: van ‘Celestijnse belofte’, Academie voor duurzame levensstijl, numerologie, zielsgetallen, kosmische levensopdracht en tarot tot persoonlijke ontwikkelplannen, targets en competentieprofielen.
Maar ik was niet tevreden. Ik wilde theologische informatie. Dus zocht ik in de concordantie. Dat boek waarin je kunt opzoeken welke woorden waar in de Bijbel voorkomen. Niet op levensopdracht, want daaronder is niets te vinden. Maar wat dan wel? Het woord ‘opdracht’ levert allemaal heel concrete situaties op. God geeft de profeten in het Oude Testament concrete aanwijzingen: doe dit, doe dat. Heel concreet. En toen kwam ik bij het woord ‘roeping’. Voor mijn gevoel is dat het Bijbelse equivalent voor ons woord ‘levensopdracht’.

Maar wat moeten we nu met dat ouderwetse woord ‘roeping’? In de orthodoxie wordt vaak een bijzondere roeping van dominees verondersteld. Mensen vragen soms aan mij of ik een speciale roeping heb gehad, die mij deed besluiten predikant te worden. Te vaak zijn de beelden achter dat begrip wel heel erg concreet. Mensen verwachten bijna dat Onze Lieve Heer zich rechtstreeks tot mij gericht heeft, zo concreet en tastbaar alsof ik Hemzelf gisteravond aan de telefoon heb gehad. Deze mensen moet ik direct teleurstellen. Voor mijn gevoel – of beter gezegd – in elk geval voor mij, werkt het niet zo.

Eerlijk gezegd vind ik het woord roeping ook wel heel eenzijdig gebruikt, wanneer je daarbij alleen denkt aan geestelijken. Sommige mensen passen zo goed in hun werk of in hun activiteiten dat je bijna zou zeggen: als dit werk nog niet bestond, had het voor hen uitgevonden moeten worden. Zij doen hun werk met zo’n inzet, met zo’n plezier, dat mag haast wel ‘roeping’ heten. Waarom zou het alleen maar een roeping zijn om predikant te worden en niet om de beste bakker van de stad te zijn? Ik kan het alleen maar betreuren dat je tegenwoordig maar zo weinig bakkers tegenkomt met een dergelijk roepingsbesef!

Profeten en apostelen, dat waren mensen die over de dingen des levens nadachten. En soms drong zich een bepaald betekenis, roeping, verlangen of gemis zo sterk op, dat ze het niet langer konden negeren.
Dan was het alsof een stem zei: ‘ga’... ga weg, of ga, ga ervoor, wat de anderen er ook van zeggen. Dat is jouw droom, dat is jouw weg.
‘Geroepen worden is dat signaal van de andere kant waardoor je iets vreemds ontvangt, iets waar je zelf niet opgekomen zou zijn’, schreef ooit theoloog en psychotherapeut Jean Jacques Suurmond.
Als in Bijbelverhalen mensen ‘Gods stem’ vernemen, dan wordt daar geen neurologische afwijking mee bedoeld, maar veeleer een aanduiding van een innerlijk gebeuren, een geestelijk proces, zo denk ik.
Aardig is het om te bedenken dat het Oude Testament ook vol staat van verhalen van mensen die niet direct weten wat zij met hun roeping aan moeten.
Een mooi voorbeeld in de Bijbel vind ik het verhaal over Mozes, die door god geroepen wordt om het volk uit Egypte te bevrijden en naar het beloofde land te leiden. Nou, daar zit hij niet op te wachten: ‘Vraag toch iemand anders, Heer ...’
Het bontste maakt de profeet Jona het wel. Hij ziet zo veel leeuwen en beren op de weg, dat hij gewoonweg de andere kant op vlucht.
De apostel Paulus schrijft in een brief aan de Efeziërs over hoe zij zouden moeten leven volgens hun roeping. Deze roeping, zegt Paulus, heeft zijn consequenties. En nu komen we, voor mijn gevoel, dichtbij wat de Bijbelse notie voor levensopdracht zou kunnen zijn. Paulus propageert een leven waarin de vrede centraal staat. Probeer als geloofsgemeenschap eensgezind, één van Geest, te zijn. Leef met elkaar in vrede, want er is één die ons roept. Die Ene is in alle mensen aanwezig, roept alle mensen. Alle mensen hebben van die Ene gaven, talenten of levensopdrachten meegekregen. Sommigen zijn apostel, anderen profeet, evangelist, herder of leraar. Zij moeten bouwen aan de kerk, aan de gemeenschap.
Een oproep mijns inziens ook aan ons: om ieder met onze eigen gaven mee te bouwen aan een goede wereld.
Zoals de evangelist via zijn geïnspireerde werk iets kan toevoegen aan de wereld, zo kan de eerder-genoemde geïnspireerde bakker dat in mijn ogen ook

Levensopdracht als datgene wat je in het leven te doen hebt. Niet alleen omwille van je brood, maar ook omwille van je hele bestaan. Wat je bestaan uitmaakt. Hoe je er bent, hoe je er kunt zijn in deze wereld. Zou deze levensopdracht niet gave én opgave zijn?

Paulus sluit zijn betoog af met te vertellen wat zo’n leven in de praktijk betekent:
Die mens zoekt het goede en probeert het kwade niet meer te doen.
Zeg iets opbouwends.
Zeg iets dat de mensen goed doet.
Wees goed en hartelijk voor elkaar en vergeef elkaar zoals de Eeuwige u heeft vergeven
(Efeziërs 4: 25-32)

Voorwaar een levensopdracht, die we onder de zegen van de Eeuwige mogen vervullen.
Nu en in de toekomst, hier en elders, als individu en als geloofsgemeenschap.

Niet alleen onze verhalen,
mooi geschreven poëzie,
niet alleen het steeds herhalen
van een oude melodie,

niet slechts woorden die hier klinken,
alles wat men roept en vindt,
maar de thee die we vaak drinken
- Earl Grey, Maroccan Mint -

en de koffie die we maken,
zo geborgen, zo intiem,
zijn ontmoetingen die raken,
levensopdracht heel misschien.

(uit: Honderd maal een nieuwe dag, Evelijne Swinkels-Braaksma)

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Preek 1 maart ‘De diepten van je bestaan’

Soms ervaar je in je leven dat er dingen gebeuren waarin niemand de hand heeft. Ze overkomen je. De arts brengt slecht nieuws, de dood heeft onverhoeds toegeslagen, de storm raasde net over jouw land, jouw stad, jouw huis heen. Je kunt er niemand voor verantwoordelijk stellen.
Maar soms heeft de chaos in je bestaan, persoonlijk of maatschappelijk, wél te maken met mensenhanden. Soms letterlijk, het gesprek erover hangt in deze dagen in de lucht: er is iemand die met zijn tengels niet van je af kon blijven. Of figuurlijk: je bent ontslagen, bent niet meer nodig, en er zijn mensen die je links laten liggen, een stille strijd tegen je voeren. En wie weet heb je er ook zelf wel eens de hand in gehad. Een mens is nu eenmaal in staat om zichzelf in de spiegel te zien en te denken: wat heb ik er eigenlijk een puinhoop van gemaakt
Hoe houd je het daar in uit? In de beeldtaal van Psalm 46, onze eerste lezing van vandaag, heet dat laatste: soms wankelt de aarde, d.w.z. je zorgvuldig gekoesterde wereldbeeld, soms staat het water van de tegenslag je tot aan de lippen. Wat staat je dan te doen?
Misschien in eerste instantie niets. 'Laat ons alstublieft een beetje ongelukkig zijn', aldus de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter, 'want in dat ongeluk kan de liefde verschijnen'. Als het fantastisch gaat, dan heb je niemand nodig, dan is er vooral veel ‘ikkigheid’, maar de liefde kan pas verschijnen als we onze puinhoopjes en de chaos die we krijgen en maken eerst maar eens laten staan. Ik herken er de woorden van een lied van Leonard Cohen in: There is a crack in everything, that’s where the light comes in. Pas in de kwetsbaarheid van het leven en de aanvaarding daarvan, komt er ruimte voor de liefde. En die liefde is niet het ultieme geluk, eerder een mens naast je door wie je het weer even uithoudt.
We hebben de ander nodig en de psalmdichter weet daarvan. Twee keer herhaalt hij zijn refrein: De Heer van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob. Dat is de Bijbelse manier van kijken naar waar the light comes in. En in die kijk gaat het eigenlijk nooit om abstracties als 'geluk', 'geld', 'aanzien'. Daarin gaat het altijd om nabijheid. Niet om iets, maar om iemand. Om God met ons, Immanuël.

Wie kent niet die prachtige vertaling van Maarten Luther van deze psalm?
Ein feste burg ist unser Gott.

Een vaste burcht is onze God,
een toevlucht voor de Zijnen!
Al drukt het leed, al dreigt het lot,
Hij doet zijn hulp verschijnen!
De vijand rukt vast aan
met opgestoken vaan;
hij draagt zijn rusting nog
van gruwel en bedrog,
maar zal als kaf verdwijnen!

Zo kennen velen van ons de versie van deze psalm.
Luther dichtte en componeerde het waarschijnlijk in de 2e helft van de jaren '20 van de 16e eeuw. Hij heeft dan een moeilijke tijd. De pest waart rond in Wittenberg en hij hoort van geloofsgenoten die het leven laten voor hun overtuiging. Op 6 juli 1527 stort hij geestelijk en lichamelijk in. Het voelt, schrijft hij later, alsof de duivel hem persoonlijk aanvalt. Hij is bang dat hij zijn geloof kwijtraakt. Het is chaos in zijn leven. Oude angsten keren terug: hij voelt zich weer als de jonge monnik in het klooster, die probeert bij God in het reine te komen, maar tegelijkertijd weet dat dat nooit zal lukken.
Daarom is het goed om via Luther en zijn innerlijke strijd terug te gaan naar de dichter van de psalm. Moet de Eeuwige het dan maar doen, de strijd aangaan? Ook dat niet. De psalmdichter schrijft als antwoord: Kom en zie wat de Heer heeft gedaan. Oorlogen bant hij uit, bogen breekt hij, lansen verbrijzelt hij ... Staak de strijd en erken dat ik God ben. Het is de Eeuwige die een eind aan alle oorlog en geweld, aan alle chaos en innerlijke strijd maakt. Het klinkt als een sterk staaltje ‘wishful thinking’. Maar je kunt het ook zien als een vorm van ‘wishful singing’.

Mag ik dan bij jou, hoorde we Claudia de Breij zingen.
Mag ik dan bij jou, zong de dichter van psalm 46 drieduizend jaar geleden.
Mag ik dan bij jou, mijn vaste burcht in bange tijden, zong Maarten Luther 500 jaar geleden.
Allemaal liederen waarin telkens opnieuw de hoop weerklinkt dat er een einde komt aan alle strijd, wanneer wij ons verbinden met elkaar, met God, en die droom voor een betere aarde en de liefde laten binnenkomen door onze chaos heen.
Afgelopen week was ik weer eens op retraite, wat ik een paar keer per jaar doe. Aan zee, in de duinen, bij het strand. Geluiden van wind en zeemeeuwen. En van stilte. Veel stilte als ik in de natuur, door Gods schepping wandel. Veel stilte in mij.
Dat doe ik om, in de woorden van Etty Hillesum: “bij de wijdheid te komen waar ik zo vol van ben, de wijdheid die toch niets anders is dan een vervuld zijn van jou, God”.
Er zijn vele soorten van retraites maar één ding hebben ze gemeen en dat is stilte en vertraging. Stil zitten, naar binnen gericht zijn. Ik begrijp heel goed dat buitenstaanders vragen waar dat goed voor is – en wat dat voor beoefening is, die stilte.
Tja, waar is het goed voor om te leren aandachtig te kijken naar wat er in jezelf omgaat?

Soms ben ik het kwijt, dan voel ik die warme ruimte in mijn hart niet meer. Met name op onbewaakte momenten, zoals midden in de nacht in bed, als ik niet kan slapen na een drukke werkdag, met de nodige tegenslagen of gespannen situaties. Ik lig dan te woelen, te redeneren, regelen, ruziën, zelfs over dingen waar ik me overdag soepel doorheen sla. En dan vraag ik me vertwijfeld af: waar is mijn vertrouwen nu gebleven, mijn overtuiging dat we er wel weer uit zullen komen, mijn humor en mijn liefde voor alles waar ik overdag mee te maken heb?
Hier is het dus goed voor om naar jezelf te kijken, naar je mechanismen, je overlevingsstrategieën, die waarschijnlijk ooit je hebben beschermd maar die nu je wereld verstarren.
Dat is dus ook wat ik vind in de retraite: echte aandacht en echt mededogen om je vanzelfsprekende patronen en akelige kantjes onder ogen te zien, te zien hoe je helemaal niet wilt zijn, je ongeduld, je perfectionisme, woede of angst. Niets veranderen, alleen maar liefdevol aanzien – hoe werkt het, wanneer, wat doet het met me.

Het mediteren, dat Etty zich met veel discipline eigen maakte, was geen doel op zich. Ze wilde iets doen met de liefde die ze in zich voelt groeien. Ze wilde met die liefde iets kunnen doen in het dagelijks leven:

‘En laat dat dan het doel zijn van dat mediteren: dat je vanbinnen één grote, ruime vlakte wordt, zonder het geniepige struikgewas, dat het uitzicht belemmert. Dat er dus iets van “God” in je komt (...). Dat er ook iets van “Liefde” in je komt, niet zo een luxe-liefde van een half uurtje, waar je heerlijk in zwelgt, trots op je eigen verheven gevoelens, maar liefde waar je iets mee kunt doen in de kleine dagelijkse praktijk.’  Zo schreef ze op 8 juni 1941

Etty Hillesum sprak onderweg naar Westerbork over de Eeuwige als haar hoog vertrek. Een kamer, waar men niet gemakkelijk doordringt. De ruimte waarin het schepsel mag verkeren met zijn Maker. Je zoekt het aangezicht Gods en tegelijk de bodem van jezelf.
De nodige gedachten drijven eerst nog voorbij in dat hoog vertrek. Onrustige en boze en dan ook weer bezorgde of verwarde gedachten. Het is wat het is, maar God weet wat je behoeft en hij komt dat zelf brengen.

Wij komen in de kerk met flarden van gedachten, onze zorgen en bezigheden. Zij trekken voorbij, ook tijdens het horen van de preek.
Jezus trok zich ook vele malen terug, in de bergen, om de gedachten aan God ruimte te geven.
Mediteren is misschien wel kijken wat je aantreft en in Gods hoog vertrek overwegen hoe het nu verder zijn zal.
Ik prevel en murmureer, maar het is misschien wel praten met God en daarom hoor ik de stilte. Al het andere houdt even op.
Mijn levensweg is een vraag en ik zoek bevestiging.
In de stilte zoek ik antwoord. Als ik mij terugtrek kan ik horen, kan ik bidden.
Kom maar, luister en vertel maar. Het is zoals het is. En God zal je toespreken. Als je benauwd bent, schenkt God ruimte.
God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood, zegt psalm 46 die we zojuist lazen. Zou Etty het zo kunnen nazeggen, in de bizarre omstandigheden waarin zij verkeerde?
Ja, lees ik: door het gebed, het gesprek dat ze voert met God wordt ze tot kalmte gebracht.
De schuilplaats die God biedt is niet een plek waar je je verstopt en je toevertrouwt aan de bescherming van een ander.
In de nabijheid die je zoekt, de nabijheid van God, laat je God gebeuren.
Jij, zij, wij mogen God aanwezig laten zijn. Dan vrezen wij niet, al wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. Met God in mijn midden, mijn ziel, stort dat wat heilig is, de menselijkheid, niet ineen. De volken kunnen zich roeren, hun rijken storten eens ineen. Met God die wij zorgvuldig in ons blijven koesteren, kunnen er nog verbijsterende dingen gebeuren op deze aarde.

Etty had weet van die God die als een kompas wijst naar recht en vrede, die ons als een magneet trekt naar zijn rijk. Maar die God is onmachtig het voor ons te doen, hij moet geholpen worden door ons. ‘Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, jij kunt ons niet helpen, wij moeten jou helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. Wij moeten zien te redden dat ene stukje God in onszelf. En misschien kunnen we ook er aan meewerken God op te graven in de geteisterde harten van anderen.

Dat is misschien wel de basiscocktail voor een leven waarin je jezelf wordt, waarin je de diepten van je eigen leven leert waarderen. 
Waarin je net als Etty uitroept: “mijn God, ik dank je ervoor dat ik zo vol wijdheid mag zijn soms, zo vervuld van jou.”
... en nu maar even stilte,

Amen.

Zoeken

ANBI

Afdeling Baarn van de
Vrijzinnigen Nederland

Kampstraat 8
3741 AR Baarn
RSIN: 800-11390

 

Facebook Image

Bestuur

G.J. Oldekamp Voorzitter

C.G. Bakker-Hänisch ten Cate Secretaris
Tel.: 035-5416926

A.M. Janson-Snel Penningmeester

De bestuurders zijn onbezoldigd.

De voorgangers worden bezoldigd conform Centrale regeling van het hoofdbestuur te Amersfoort.

De balans, de staat van baten en de toelichting kunt u hier downloaden.

Predikant

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Reinoutsgaarde 26
3436 RB Nieuwegein

Verhuur Witte Kerkje: 

Mw. Annette Alberts

email

baarn24.jpg
© 2016 Witte kerkje Baarn