witte-kerkje02.jpg

NOEM MIJ BIJ MIJN DIEPSTE NAAM

 

Het laatste onderzoek God in Nederland uit 2016 wijst uit dat niet enkel het kerkbezoek rap terugloopt, maar ook het zoeken naar alternatieve spiritualiteit. En toch: The Passion – dit jaar op 13 april in Leeuwarden – trok vorig jaar drie miljoen kijkers. En Bachs Matthäus-Passion – nergens zo vaak gezongen als in ons land – telt jaarlijks weer meer dan zestig uitvoeringen. En gebleken is dat de aria Erbarme Dich, volgend op de passage waarin Petrus de Heer driemaal verloochent, een absolute topper is voor de Passion-liefhebbers.

Wat gebeurt hier, vraag je je af? Je kunt het afdoen als: puur genieten van mooie muziek. Maar wie verklaart dan het ongemak dat men voor lief neemt – zoals zitten op ongemakkelijke stoeltjes in een overvolle kerk –, de tranen in de ogen van toehoorders, wanneer de aria Erbarme Dich klinkt ? Ik denk dat Erbarme Dich en de hele Matthäus-passion een diepe snaar raakt: in een tijd dat je jezelf moet waarmaken en afgerekend wordt op je prestaties, is er een diep verlangen van mensen om aanvaard te worden zoals je werkelijk bent, met je mogelijkheden en met je grenzen. Gezien worden, niet door ogen die je afrekenen maar door ogen die je geborgenheid geven: dat zoeken mensen nu, denk ik. En precies dit verlangen wordt door het Paasevangelie aangeraakt. Een vrouw staat te schreien aan het graf van haar geliefde Meester …

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’). ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

De herhaalde vraag Waarom huil je? geeft haar de ruimte om haar verdriet eruit te gooien en het gemis bijna uit te schreeuwen. En dan volgt dat intens ontroerende moment: ‘Maria’ … ‘Rabboeni!’.

Maria Magdalena was misschien aanvankelijk zo’n niet gezien mens. We weten het niet zeker . Over haar gaan veel sterke verhalen. Ze zou een hoer zijn geweest, de vrouw die Jezus’ voeten zalfde met kostbare olie en die daarna afdroogde met haar haren. De laatste tijd horen we verhalen dat ze Jezus’ vrouw zou zijn geweest. Ik weet het niet, maar ik denk wel dat zij een zoekend, misschien dolend mens is geweest, die haar weg in het leven, haar bestemming vond toen Jezus haar zág en die één van zijn trouwste discipelen werd. Maria had gezocht, zij werd gezien en zij had zelf het licht gezien. Maar daar in die graftuin dacht ze ook alles weer verloren te hebben. Wat een wanhoop moet dat geweest zijn. Onder aan het kruis stortte haar hele wereld in. Was het dan toch maar een droom, een illusie: dat hele verhaal met Jezus …? En dan noemt Jezus, die ze aanvankelijk niet herkend had, haar bij haar naam. Dit noemen van haar naam heeft een enorm effect.

Mij schoot dat prachtige gedicht te binnen van Neeltje Maria Min:

Mijn moeder is mijn naam vergeten.
Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Jezus noemde Maria al eens bij haar diepste naam toen hij, dwars door alle etiketten die op haar geplakt waren héén, zag wie zij kon zijn. En zij, een vrouw die, hoe dan ook, bepaald niet in aanzien zal hebben gestaan, voelt zich zo gezien en gekend door hem, dat ze ook naar zichzelf met nieuwe ogen kan kijken en vanaf dat moment kan léven! Op het moment dat Maria Magdalena, ten prooi aan de diepste wanhoop en als het ware teruggevallen in de oude manier van denken, waarin alles voor niets geweest lijkt te zijn, haar naam hoort, herinnert zij zich die andere kijk op de werkelijkheid. Zij ervaart dat dat wat met Jezus begonnen is door niets, ook niet door de dood, gestopt kan worden. Die andere kijk op de werkelijkheid werpt blijkbaar zo’n totaal nieuw licht op wat dood en leven is, dat haar wanhoop omgezet wordt in geloof. De schrijver van het Johannesevangelie, laat Maria op dit verbijsterende moment van inzicht, van inééns snappen waarom het gaat, in het Aramees uitroepen: ‘Rabboeni!’, ‘Mijn meester!’. De meester geloofde in haar. Hij noemde haar bij haar diepste naam.

Voor alle mensen, religieus of niet, is erkenning van grote betekenis. In de christelijke traditie is Jezus het sprekend voorbeeld van hoe je mensen erkenning geeft. Door al zijn ontmoetingen met mensen. Mensen die lijden, aan een ziekte, lichamelijk of geestelijk. Mensen die lijden aan het leven, omdat ze iets heel erg missen: ze missen een geliefd mens, die zojuist is overleden. Mensen die het sociale contact missen, omdat ze er in de ogen van anderen niet bij horen, te ziek, te oud, te gek. Maar ook mensen die op zoek zijn, die willen weten waar het nu eigenlijk om gaat in het leven. We lezen dat in die ontmoetingen er met die mensen iets gebeurt. Er verandert definitief iets in hun leven. En ik denk dat dat alles met zien te maken heeft. Het gezien zijn door Jezus. Dát is het. Hij kijkt als het ware dwars door de mensen die hij ontmoet heen. Hij ziet alles wat er leeft in hun hart en hun hoofd. Zo gezien worden, niet genadeloos veroordeeld worden om alles wat er mis is gegaan in je leven, maar uitgenodigd worden om dat pure ongeschonden stukje van jezelf, naar buiten te brengen, dat doet iets met mensen. Iets wonderbaarlijks. Toen en nu.

Het Paasevangelie van Johannes maakt op ontroerende wijze duidelijk wat de opstanding van Jezus voor ons kan betekenen:

dat je degene die jou aankijkt en je de hand toesteekt,

waar je ook bent,

in welk verleden

of in welke gegroeide situatie je ook gevangen zit,

werkelijk toelaat.

Dat je de toegestoken hand mag grijpen en altijd opnieuw mag beginnen.

Dat je je gezien en uitgenodigd mag weten

Dat is de hoopgevende boodschap van Pasen.

 

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Zoeken

ANBI

Afdeling Baarn van de
Vrijzinnigen Nederland

Kampstraat 8
3741 AR Baarn
RSIN: 800-11390

 

Facebook Image

Bestuur

G.J. Oldekamp Voorzitter

Ch. J. Switzer Secretaris
Tel.: 06 23051924

A.M. Janson-Snel Penningmeester

H.J. Staverman lid

De bestuurders zijn onbezoldigd.

De voorgangers worden bezoldigd conform Centrale regeling van het hoofdbestuur te Amersfoort.

De balans, de staat van baten en de toelichting kunt u hier downloaden.

Predikant

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Reinoutsgaarde 26
3436 RB Nieuwegein

Tel.: 06 24514729

Verhuur Witte Kerkje: 

Mw. Annemieke van der Poel,

email

Bestuurskamer.jpg
© 2016 Witte kerkje Baarn