witte-kerkje01.jpg

'EENS KOMT DE GROTE ZOMER’

Het is alweer bijna zomer.
Op 1 juni begint jaarlijks de meteorologische zomer en op 21 juni die volgens onze kalender.
En of die zomer buiten wel of niet zichtbaar is, velen van ons vullen de zomer in met vrij zijn, met vakantie. We zoeken misschien wel de zon op, dicht bij huis of verder weg. Er is tijd voor leuke dingen, voor de natuur en voor elkaar. Tijd en agenda worden minder belangrijk of zelfs helemaal onbelangrijk.

De zomer: een tijd om naar uit te kijken. En voor sommige mensen begint dat uitkijken al lang van tevoren. Voor wie (noodgedwongen) thuisblijven is het overigens niet altijd een even leuke periode:
‘Ik zal blij zijn, wanneer ze allemaal weer terug zijn’. Die kant zit natuurlijk ook aan de zomer. Ons liedboek bevat een lied met de welsprekende titel: ‘Eens komt de grote zomer’. Het staat er als nummer 747 in.

Het lijkt op het eerste gezicht niet zo’n kerkelijk lied, ondanks de woorden “God zal op aarde komen met groene eeuwigheid.” Als je bedenkt dat het lied uit de Reformatie afkomstig is, sta je helemaal verbaasd te kijken. De Reformatie was toch een strenge en sombere tijd? Het ging toch steeds maar over schuldgevoel en het lijden hier op aarde? Maar dit lied is nogal vrolijk. Dat komt misschien ook omdat het met enige wijzigingen is overgenomen van een volksliedje. De maker van het lied, Johannes Walter, kende een populair volksliedje dat de zomer vrolijk bezong als een plezierige, mooie tijd. In dat volksliedje horen we: “de vrolijke zomertijd maakt mij blij, want alles wat bloeit vernieuwt zich en de maand mei schenkt veel plezier.” En de laatste twee regels: “de vogeltjes zingen liefelijk, vooral de nachtegaal.” Daar zit geen evangelie in.

Dat populaire liedje werd door Walter voorzien van een geestelijke tekst, hij bewerkte het lied zodat het in de kerk kon worden gezongen. Hij vertelde zelf van Maarten Luther, met wie hij bevriend was, dat die niet kon ophouden het lied te zingen. Zijn lied gaat over de grote zomer die God ooit zal laten aanbreken en waarnaar zovelen uitkijken. Zo kijken we boven onze eigen kleine zomers uit naar wat nog komen gaat: de grote zomer van God. Walter maakte er trouwens niet één couplet over, maar 34! In het liedboek zijn er 8 van opgenomen, 34 was misschien ook wel wat erg veel geweest. Het aardige is dat het tweede couplet begint met ‘Geen woord kan het bereiken’. Oftewel: ‘het is met geen pen te beschrijven, woorden schieten tekort’. Mooi bedacht van de schrijver, die vervolgens nog meer dan genoeg woorden bleek te hebben voor 32 andere coupletten.

Achtergrond bij dit lied zijn de Bijbelse woorden over het ‘hemelse Jeruzalem’. Dat is de plek die God voor ons bedoeld heeft, onze toekomstige plaats. In het laatste Bijbelboek, Openbaring, wordt daar heel beeldend over gesproken. Het goede in dit nieuwe Jeruzalem, en het ontbreken van narigheid en moeilijkheden, zelfs van verdriet en rouw, worden voluit bezongen. Onuitsprekelijk goed is het in dat nieuwe Jeruzalem. En het onuitsprekelijke tóch uitspreken, dát doet de dichter in zijn lied. Het onuitsprekelijke gaat over het geloof dat de beloofde zomer zál aanbreken. Al is voor veel mensen misschien wel de ijskoude wintertijd nog harde realiteit, het vertrouwen in de komende zomer houdt mensen op de been. Ook al lijkt de buienradar ons in deze periode soms wat anders te zeggen ...
En dat geloof wordt gevoed door de herhalingen van de belofte die we in de bijbel én in liederen als ‘Eens komt de grote zomer’ tegenkomen. De zomer is de periode van bloei, van zon, van warmte, een periode die veel mensen blij stemt.
Tegenover de zomer stond men in Bijbelse tijden anders dan wij. Eigenlijk kende men maar twee seizoenen: zomer en winter. Kenmerkend voor het onderscheid was de regenval: de winter was de regentijd, die begon met de ‘vroege regens’ en eindigde met de ‘late regens’. De zomer was het seizoen van de warmte en de droogte.
Om deze reden was de winter, het natte seizoen, voor landbouwers de tijd om te ploegen en te zaaien.
De zomer, het droge seizoen dat ongeveer van april tot en met oktober duurde, was de tijd om te oogsten.
Als het in Bijbelse wijsheidsteksten over de zomer gaat, is het meestal in de context van werk dat dan gedaan moet worden, van de oogst die op tijd binnengehaald moet worden. Spreuken 6 roept de toehoorders op:

“Luilak, kijk eens naar de mieren. Kijk goed naar wat ze doen, en leer daarvan. Mieren hebben geen baas of leider, niemand zegt ze wat ze moeten doen. Toch verzamelen ze in de zomer hun eten. Ze zorgen voor een goede voorraad voor de winter. Hoe lang blijf jij nog liggen, luilak? Wanneer kom je uit je bed? Je zegt steeds: ‘Nog heel even! Ik wil nog even mijn ogen dicht houden, ik wil nog even blijven liggen.’ Maar pas op! Er komt een dag dat je niets meer te eten hebt. Dan zul je plotseling arm zijn.”
(uit: Bijbel in Gewone Taal)

Nee, dat zijn geen teksten om mensen in de zomer mee op vakantie te sturen.
Toch is later de zomer het beeld van de gelukzalige tijd geworden, de periode van het jaar om van het leven te genieten! Die gedachte kunnen we al een beetje lezen in de ‘gelijkenis van de vijgenboom’ in Matteüs, Marcus en Lucas:

“Elk jaar zie je nieuwe bladeren aan zijn takken komen.

Dan weet je dat het snel zomer wordt.

Dat geldt ook voor de dingen waarover ik verteld heb.”

De ‘grote zomer’ is de alles overtreffende zomer.
De Eeuwige zal zich dan openbaren. De Ongeziene zal worden gezien, het onuitsprekelijke zal gezegd worden, het geloof zal blijken wáár te zijn, ons vertrouwen waard. Waar gelovigen op hoopten, wordt dan voor iedereen zichtbaar. Zoals de zomerse zon met haar stralen iedereen bereikt met haar warmte, zo zal het ‘Licht der wereld’ voor iedereen te ervaren zijn. Het vooruitzicht op zoveel warmte en liefde roept blijdschap op. Vandaar dat in lied 747 blijmoedige woorden klinken:

Dan breekt muziek van snaren
aan alle kanten uit
een niet te evenaren
een goddelijk geluid

Het is al een oud lied: het bestaat al bijna 500 jaar. Toch stond het 50 jaar geleden nog niet eens in onze liedboeken. Gelukkig dat het in ons nieuwe liedboek ook weer is opgenomen. Want zo kan het lied, wanneer we het zingen, geven wat het geven wil: hoop en perspectief.
Iedereen een goede en fijne zomer toegewenst!

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Zoeken

ANBI

Afdeling Baarn van de
Vrijzinnigen Nederland

Kampstraat 8
3741 AR Baarn
RSIN: 800-11390

 

Facebook Image

Bestuur

G.J. Oldekamp Voorzitter

Ch. J. Switzer Secretaris
Tel.: 06 23051924

A.M. Janson-Snel Penningmeester

H.J. Staverman lid

De bestuurders zijn onbezoldigd.

De voorgangers worden bezoldigd conform Centrale regeling van het hoofdbestuur te Amersfoort.

De balans, de staat van baten en de toelichting kunt u hier downloaden.

Predikant

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Reinoutsgaarde 26
3436 RB Nieuwegein

Verhuur Witte Kerkje: 

Mw. Annette Alberts

email

NPB_INT_front.jpg
© 2016 Witte kerkje Baarn