witte-kerkje02.jpg

Van de predikant

VAN DE PREDIKANT

Als alles duister is
ontsteek dan een lichtend vuur             

dat nooit meer dooft
vuur dat nooit meer dooft.

Door de eeuwen heen wordt het ritme van het jaar bepaald door feesten. Ook in deze tijd voor Kerst.
Het is de tijd van de lichtfeesten. Veel van deze feesten hebben een eeuwenoud verleden, zoals St. Maarten, St Lucia, het Joëlfeest.
Zo ook de adventstijd.

Voor de kerken geldt dat het kerkelijk jaar zo’n vier weken voor Kerstmis begint met de eerste van de vier zondagen van de Advent. Advent is afgeleid van het Latijnse adventus, aankomst. In de donkere vier weken voor Kerstmis (tenminste: op het noordelijk halfrond zijn ze donker, want we zijn op weg naar de kortste dag) leven christenen toe naar de komst van Jezus, het ‘Licht der wereld’

Ver voor Kerstmis heeft menigeen het druk met het komende feest: met wie vieren we het dit jaar, wat doen we met het eten enz. enz. Er zijn her en der kerstmarkten en de tuincentra hebben uitstallingen van de nieuwe kersttrend. In de overvolle supermarkten verdringen mensen elkaar en overal jengelen voortdurend kerstliederen, het liefst de wat sentimentele en bij voorkeur in het Engels.
Er wordt vanuit kerkelijke kringen al decennialang gemopperd dat het ‘echte’ kerstfeest verloren gaat, maar bedenk wel: de kerk heeft het feest niet uitgevonden, maar heeft gewoon gebruik gemaakt van een feest dat er al was.
Het heidense groen laat het in deze tijd al een beetje naar Kerstmis ruiken.
Heidens? Jazeker!
Want in de kerstboom herinneren de engeltjes weliswaar nog vaag aan het verhaal van Lukas en in de vele kerstboodschappen weerklinkt nog iets van de engelenzang ‘Vrede op aarde’, maar dat groen heeft de tijd meer getrotseerd dan de christelijke vernis die er later overheen is gesmeerd. Het groen immers van de maretak aan de deuren die de oude Germanen als teken van vruchtbaarheid in deze donkere dagen aan hun deuren hingen.

De overwegend post-christelijke cultuur doet nu hetzelfde: gebruik maken van een feest dat er al eeuwenlang is. In alle kerstcommercie en kerstfeestelijkheden blijven er veelal slechts wat spaarzame verwijzingen naar licht en vrede en dat is het.
Maar is dat erg? Ik denk van niet. Vieren is namelijk belangrijk. Sterker nog: het is essentieel. Het geeft immers houvast in donkere tijden, biedt uitzicht en voedt het verlangen. Je ziet dat mensen in alle culturen zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden en met minimale middelen toch proberen het Kerstfeest te vieren.

Ik heb de Advent altijd ervaren als een tijd van verlangen, van urgent verlangen zelfs.
Want wat kan ik me soms hopeloos voelen als ik zie hoe het eraan toegaat in de wereld, hoe mensen in de meest kwetsbare situaties het leven onmogelijk wordt gemaakt.
Hoe mensen met geld zich schaamteloos meester maken van nóg meer geld en macht, en er nog mee weg komen ook.

Hoe leugens en vertekeningen van de werkelijkheid worden ingezet om fundamenteel onrechtvaardige verhoudingen goed te praten.
Hoe mensen schaamteloos gemanipuleerd en tegen elkaar uitgespeeld worden opdat de mensen met macht die macht toch maar kunnen behouden.
Tegen die harde realiteit in lijkt het bijna lachwekkend om zoiets als Advent te vieren. En als je het nuchter bekijkt is het dat ook. ‘En toch ...!’ is echter het hardnekkige weerwoord van de christelijke traditie. Op een wonderlijke manier schuilt er érgens een waarheid in die zich niet zomaar laat zien.
Die zich misschien alleen maar laat uit-zingen, meer dan uit-spreken. Er wordt misschien daarom wel vanouds veel gezongen in de Advent. Liederen van verlangen, van urgent verlangen.
‘In de duisternis verwachten wij het licht dat komen zal’, zingen we in de Advent. En het eeuwenoude: ‘O kom, o kom, Emmanuel’ en het prachtige ‘Zal er ooit een dag van vrede?’.
Op zulke momenten is het bijna voelbaar: het hoeft niet zo te zijn als het is, het kán anders. Advent is, kort gezegd, de tijd bij uitstek van het vieren van de hoop. Een hoop die nuchter bekeken bijna lachwekkend is. Maar bekeken met de ogen van het geloof is het juist die hoop die leven geeft.

Ook in onze geloofsgemeenschappen zullen we Kerst weer traditioneel vieren. Ook hier bereiden wij ons voor, vier zondagen lang. Maar is er wel zoveel reden om te vieren en te feesten? Want staat het verhaal van de kerstnacht eigenlijk niet haaks op het vieren van een ‘feest’: voor een kind en zijn moeder is geen plaats in de herberg. Is het feest van hoop in een donkere wereld nog wel legitiem?
En die boodschap van ‘vrede op aarde’ staat zo scherp tegenover onze chaotische wereld vol vluchtelingen en oorlogsgeweld dat je er haast cynisch van zou worden....

Er bestaat soms zelfs de neiging die tegenstellingen zo uit te vergroten dat het feest bijna ongepast lijkt te worden. “De grote groep mensen die op de kerstavond nostalgisch een stukje van een verloren jeugd proberen terug te zoeken, moet worden duidelijk gemaakt dat het daar niet om gaat”, wordt soms wel eens gezegd. Is dat de bedoeling van dit feest of ligt het misschien wat genuanceerder?
Kunnen we ze niet én een feestelijk stukje verleden laten terugvinden én tegelijk toch ook iets van het ongemak van het evangelieverhaal laten voelen?

Luther stelde dat het geloof nooit alleen over dingen in het verleden gaat, maar juist over toekomstige.
Als we het Kerstfeest slechts als een soort geboorteherdenking vieren, dan gaat het inderdaad alleen om dingen uit het verleden. Dan gaan we hier aan voorbij. Voorbij aan die hoop en verwachting.
Uit Jesaja’s mond klonk het zo:

Wolf en lam zullen samen weiden,
een leeuw en een rund eten beide stro
en een slang zal zich voeden met stof.
Niemand doet kwaad,
niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.
(Jesaja 65:25)

Beroemde profetenwoorden die in deze tijd van het jaar veelvuldig gelezen worden. Woorden over hoop en verwachting, over vrede en gerechtigheid. Woorden die zijn ontstaan in tijden van barre nood te midden van oorlog en geweld. Woorden die nog steeds klinken en nog steeds het verlangen en de hoop op die betere wereld voeden.

Doe de lichten aan
tegen alle duister in

Zet de lichten voor het raam
ga niet in het donker zitten

Wees zelf een lichtpunt
straal licht en interesse uit

Geef het licht de ruimte
tegen alle angst in

Verspreid het licht van de aandacht
breng hoop aan het licht ondanks alles.

Sluit de gordijnen niet
Open je voor elkaar.

(Marinus van de Berg)

Iedere week een extra kaars in een steeds donkerder wereld ...
De hoop levend houden, het geloof in mens en wereld staande houden.
Het vertrouwen winnen in de kracht van liefde en vrede.
Dat alles is de oefening van de Advent.
Zodat als alles duister is er een vuur wordt ontstoken dat nooit meer dooft..

Ik wens u een gezegende Advent- en Kersttijd

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Zoeken

ANBI

Afdeling Baarn van de
Vrijzinnigen Nederland

Kampstraat 8
3741 AR Baarn
RSIN: 800-11390

 

Facebook Image

Bestuur

G.J. Oldekamp Voorzitter

Ch. J. Switzer Secretaris
Tel.: 06 23051924

A.M. Janson-Snel Penningmeester

H.J. Staverman lid

De bestuurders zijn onbezoldigd.

De voorgangers worden bezoldigd conform Centrale regeling van het hoofdbestuur te Amersfoort.

De balans, de staat van baten en de toelichting kunt u hier downloaden.

Predikant

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Reinoutsgaarde 26
3436 RB Nieuwegein

Verhuur Witte Kerkje: 

Mw. Annemieke van der Poel,

email

baarn24.jpg
© 2016 Witte kerkje Baarn