De parabel van de boom die de wind wou zien

Er waren eens zeven bomen,

ze stonden in een kring,

met nog een  kleine boom in hun midden,

een mooie groene vergadering.

Toen zei die kleine boom in het midden:

‘Ik zou de wind wel eens willen zien.

Is hij groot of klein, met armen en benen,

of een stam zoals wij misschien?’

Toen zeiden de andere bomen,

die zeven van de buitenkant:

‘De wind is gekomen en weer verdwenen,

hij heeft geen lijf, geen mond en geen hand.’

Dat kon de middelste niet geloven:

‘Hoe weet je dan dat de wind bestaat,

als niemand hem ziet of aan kan raken,

hoe weet je dan dat hij komt en gaat?’

Toen riepen die zeven allemaal samen,

de hele groene vergadering:

‘Daar is hij al, ook jij zult hem voelen

in het binnenste hart van de kring.’

En de vragende boom in die kring van zeven

kreeg een antwoord van wuivend, ruisend groen:

‘Al kun je de wind niet zien of grijpen,

je kunt wel zien wat de wind komt doen.’

                                                 Een parabel voor de pinkstertijd, Inge Lievaart

Vergelijkbare berichten